Lexicon
- A
-
- Aannemer
- Een aannemer kan worden gedefinieerd als een onderneming die de verantwoordelijkheid op zich neemt om bouwactiviteiten te realiseren en te coördineren. De aannemer verzorgt, voor een in het contract bepaalde prijs en binnen een overeengekomen termijn, de levering van een volledig voltooid bouwwerk.
-
- Abattement
- Forfaitaire vermindering van de berekeningsbasis van de registratierechten met € 12.500. Op dit gedeelte van de prijs zijn geen registratierechten verschuldigd. Deze vermindering geldt, kort gezegd, indien één of meer natuurlijke personen de volle eigendom “in zijn geheelheid” van een onroerend goed “zuiver” aankopen met de bedoeling in dat goed hun hoofdverblijfplaats te vestigen. Vereist is wel dat de koper(s) op de datum van de aankoop niet “voor de geheelheid” (alleen of gezamenlijk) reeds eigenaar is (zijn) van een ander onroerend goed.
-
- Afvalstoffendecreet
- Het afvalstoffendecreet vormt de wettelijke basis voor het realiseren van het afvalstoffenbeleid binnen het Vlaamse gewest. Het decreet dateert oorspronkelijk van 2 juli 1981 maar werd in 1994 fundamenteel gewijzigd. Het decreet is een zogenaamd kaderdecreet d.w.z. dat het wel de belangrijkste bepalingen bevat maar dat deze verder moeten uitgevoerd worden door de Vlaamse regering in uitvoeringbesluiten zoals het Vlarea, Dierlijk afval, Subsidiebesluit, Prestibesluit, PCB plan.
-
- ARAB
- Algemeen Reglement voor Arbeidsbescherming. Sedert 1947 was de Belgische reglementering inzake de gezondheid en de veiligheid van de werknemers gebundeld in het ARAB. Onder invloed van de recente Europese reglementering op dit vlak en de ontwikkelingen op het vlak van de preventieprincipes wordt het ARAB geleidelijk vervangen door een nieuwe codificatie: de Codex over het welzijn op het werk, waarvan de structuur werd vastgelegd in de omzendbrief van 28 september 1993 van de minister van Tewerkstelling en Arbeid. Bepaalde stukken zijn reeds uit het ARAB geschrapt en vervangen door verschillende besluiten (omzettingen van Europese richtlijnen en utvoeringen van de zogenaamde "Welzijnswet").
-
- ATG
- De ATG (Agrément technique / Technische Goedkeuring) is een door de BUtgb uitgegeven document dat de geschiktheid beschrijft van één welbepaald product van één fabrikant voor een welbepaalde toepassing. Het verlenen van een ATG is onderworpen aan het advies van een gespecialiseerde goedkeuringsgroep bestaande uit experten die handelen in opdracht van de BUtgb, en wordt meestal aangevuld door een certificering. Het ATG-logo, aangevuld met het goedkeuringsnummer, kan op het betreffende product worden aangebracht om de conformiteit ervan met de goedkeuring te bevestigen.
-
- Authentieke akte
- Een authentieke akte is - in tegenstelling tot een onderhandse akte - een document dat door een openbaar ambtenaar, als regel een notaris, is opgesteld en gewaarmerkt. Een authentieke akte biedt, in vergelijking met een onderhandse akte, meer zekerheid dat het document echt is, dat niemand er achteraf iets aan veranderd heeft, dat de personen van wie de namen onder het document staan werkelijk degenen zijn geweest die het hebben ondertekend en dat het is ondertekend op de genoemde datum. Het opstellen en rechtsgeldig verklaren van een akte door een notaris heet het verlijden van de akte. De notaris schrijft al de door hem opgemaakte akten in, in een repertorium. De notaris moet het origineel minstens 50 jaar bewaren. Dat origineel heet de minuut (of minuutakte) aangezien vroeger de oorspronkelijke akte met kleine letters werd geschreven (Latijn: minuta scriptura). Een door de notaris gewaarmerkte kopie van de minuutakte heet "afschrift (ook "expeditie" of "uitgifte" genoemd)". Hoewel de bewijskracht van de akte normaal gesproken gelegen is in het origineel, heeft een door de notaris afgegeven afschrift een even grote bewijskracht.
- B
-
- Balansventilatie
- Mechanisch ventilatiesysteem in woningen, waarbij de verse buitenlucht mechanisch wordt aangezogen, zodanig dat er voldoende verse lucht wordt ingeblazen en er een goede balans is met de afgezogen binnenlucht.
-
- BENOR
- Het BENOR-merk is een gedeponeerd collectief conformiteitsmerk dat eigendom is van het Belgisch Instituut voor Normalisatie (BIN). Het BIN heeft in zijn schoot een Comité voor het Merk (CM) opgericht dat belast is met het algemeen beheer van het BENOR-merk. Het BENOR-merk geeft aan dat een product in overeenstemming is met een Belgische norm (NBN). Bij gebrek aan een dergelijke norm of als aanvulling daarop kan de overeenstemming ook slaan op andere technische specificaties die door het BIN gevalideerd worden als technische grondslag voor het BENOR-merk. Voor bouwproducten gelden naast de NBN-normen de Technische Voorschriften (PTV) als een dergelijke grondslag van overeenstemming.
-
- Blote eigendom
- Het eigendom van een goed, ’ontbloot’ van het vruchtgebruik. Wie bijvoorbeeld over de blote eigendom van een huis beschikt, mag er niet in wonen en mag het niet verhuren. Men heeft dan geen recht op gebruik of vruchten van de woning. Men spreekt ook over de ’naakte eigendom’.
-
- Bodemattest
- Attest afgeleverd door OVAM met vermelding of een perceel grond al dan niet opgenomen is in het register van de verontreinigde gronden. Een van de belangrijke doelen van het Bodemsaneringsdecreet van 25 februari 1995 (zoals gewijzigd op 26 mei 1998) bestaat erin bescherming te bieden aan een potentiële koper van een mogelijk verontreinigde grond. Via het decreet wil men het gevaar vermijden dat een grond waar een risico aan vastzit, overgedragen wordt aan een persoon die het slachtoffer dreigt te worden van zijn eigen onwetendheid met betrekking tot de toestand van die grond. Voor hij een overeenkomst sluit over de overdracht van een grond moet de overdrager daarom bij de OVAM een bodemattest aanvragen. In dat bodemattest wordt informatie gegeven over de (mogelijke) verontreiniging van de grond. Er wordt enkel informatie gegeven over het perceel zelf en niet over de omgeving. Zijn over een bepaalde grond geen gegevens beschikbaar, dan vermeldt het attest dit zo (blanco attest).
-
- Bodemsaneringsdecreet
- Het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering regelt de sanering van verontreinigde gronden in het Vlaamse Gewest. Dit decreet werd reeds herhaaldelijk gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen werden doorgevoerd bij het decreet van 26 mei 1998 en het decreet van 18 mei 2001 betreffende de sanering van sites.
Het Vlarebo (Vlaams reglement betreffende de bodemsanering) geeft uitvoering aan de bepalingen van het bodemsaneringsdecreet. Het Vlarebo werd reeds meermaals gewijzigd. Een belangrijke wijziging betreft de invoering van een regeling met betrekking tot uitgegraven bodem (Grondverzet - Hoofdstuk 10 van het Vlarebo).
-
- BUtgb
- De BUtgb (Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw) werd in 1971 opgericht door het NIH (Nationaal Instituut voor de Huisvesting), het controlebureau voor de bouw SECO en het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf). Gedurende twee decennia ontwikkelde deze procedure zich tot een eersterangsreferentie - voor niet-genormaliseerde producten - inzake de kwaliteit en de gebruiksgeschiktheid bij het bouwen en tot een instrument van wederzijdse erkenning over heel Europa. Thans worden deze activiteiten, in samenwerking met alle betrokkenen, verzekerd binnen het kader van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie, KMO, Middenstand en Energie, Kwaliteit van de Bouw, Goedkeuring en Voorschriften. De technische goedkeuring maakt deel uit van de acties van de overheid om de kwaliteit in de bouw te verhogen en de kosten ervan te verlagen. De BUtgb staat in voor het verlenen van de Belgische ATG-goedkeuringen en de Europese technische goedkeuring ETA.
- C
-
- Canon
- Via erfpacht verwerft een pachter het recht om grond te gebruiken. De canon is de jaarlijkse vergoeding die de erfpachter moet betalen aan de eigenaar van de grond.
-
- Cellenbeton
- Cellenbeton is een industrieel geproduceerd materiaal met zowel de eigenschappen van een steenachtig materiaal (duurzaam, hard, onvervormbaar, onrotbaat, onontvlambaar en drukvast) als die van een isolatiemateriaal (gesloten cellen met lucht gevuld geeft de beste isolatie). Het onderscheidend vermogen wordt bepaald door het relatief lichte gewicht. Dat wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van ontelbare microscopisch kleine, met lucht (goede isolator!) gevulde gesloten cellen. Door zijn hoge isolerende eigenschappen en zijn positieve ecologische balans wint cellenbeton als bouwmateriaal aan belang.
Marktleider is Ytong dat in 1924 door de Zweedse architect J.A. Eriksson werd ontwikkeld. Hij was op zoek naar een bouwmateriaal dat dezelfde goede eigenschappen had als hout (met dezelfde isolatiewaarden, sterkte en bewerkbaarheid), zonder de nadelen ervan (brandbaarheid en vergankelijkheid). De naam Ytong is een samentrekking van «Yxhult», de plaats van de uitvinding, en "betong", Zweeds voor beton.
Ytong behoort tot de zeer lichte en extra lichte betonsoorten volgens de norm NBN B21-002. De grondstoffen van Ytong - Portlandcement, hoogwaardige kalk en in kogelmolens fijngemalen zand - worden eerst gedoseerd en nadien gemengd. Dan wordt er water, aluminiumpoeder en korst aan toegevoegd. Dit mengsel wordt vervolgens in grote mallen gegoten. Een scheikundige reactie brengt gasvorming teweeg die aan de basis ligt van de cellenstructuur. Na het rijzen van het materiaal wordt de massa in rechthoekige blokken met minieme toleranties gesneden. De hiermee gepaard gaande materiaaloverschotten, de korst genaamd, worden gerecupereerd en terug in het productieproces gebracht. De aldus verkregen producten gaan vervolgens naar de autoclaaf waar ze bij 180°C en onder stoomdruk van 10 atmosfeer hun hardheid en stabiliteit verkrijgen.
Reeds jaren wordt het materiaal erkend als ecologisch bouwmateriaal. Door zijn geringe gewicht zijn slechts een kleine hoeveelheid, in de natuur ruim voorkomende, grondstoffen (zand) nodig bij de productie. Door zijn samenstelling, zijn fabricatie-techniek met laag energieverbruik, zijn hoge isolatiewaarden en zijn potentieel integrale recyclage, is cellenbeton een van nature duurzaam en ecologisch materiaal.
-
- Compactheid
- De compactheid van een woning is de verhouding tussen het beschermde volume en het verliesoppervlak, meerbepaald het buitenoppervlak waarlangs warmte kan verloren gaan: wanden, vloeren, daken, ramen,… Een compact gebouw heeft een groot beschermd volume en een klein verliesoppervlak. Een gebouw met twee gevels - een rijwoning bijvoorbeeld - is dan ook compacter dan een gebouw met hetzelfde beschermde volume maar met drie of vier gevels. Als in beide woningen dezelfde isolatiemaatregelen, installaties, enz. worden toegepast, dan is het compacte gebouw energiezuiniger. De compactheid wordt in rekening gebracht bij de berekening van het K-peil en het E-peil.
-
- Compromis
- Document van onderhandse verkoopovereenkomst, dat het bewijs vormt van het tussen de partijen gesloten contract, en dat later zal dienen als basis voor de notariële akte.
- D
-
- Domotica
- Verzamelbegrip voor een hoog niveau aan voorzieningen mbt de elektrotechnische en data-installatie in gebouwen en het automatiseren van functies door middel van elektronica, zodat zaken als ventilatie, verwarming, verlichting, alarmbeveiliging, energiebesparing, ... geïntegreerd en vaak op afstand kunnen worden bestuurd.
- E
-
- EPB
- EPB is de afkorting van Energieprestatie en Binnenklimaat. In uitvoering van een Europese richtlijn werd vanaf 1 januari 2006 in het Vlaamse Gewest de vroegere isolatiereglementering voor gebouwen vervangen door de zogenaamde energieprestatieregelgeving. Concreet betekent dit dat alle woningen waarvoor vanaf 1 januari 2006 een aanvraag om te bouwen of verbouwen wordt ingediend, aan bepaalde eisen zullen moeten voldoen met betrekking tot energieprestatie en binnenklimaat (EPB-eisen). De energieprestatie van een gebouw drukt uit hoe een gebouw presteert op vlak van energieverbruik, dat afhangt van verschillende factoren zoals de geleidingsverliezen (afhankelijk van de thermische isolatie), de ventilatieverliezen, het rendement van de verwarmingsinstallatie en de warmwaterproductie, enz. Bij het berekenen van de energieprestatie van een gebouw wordt het totale energieverbruik van het gebouw en de vaste installaties omgerekend naar het primaire energieverbruik, rekening houdend met de gebruikte energiedragers (stookolie, aardgas, elektriciteit) van het gebouw. In vergelijking met een referentiewaarde van primair energieverbruik levert dit het E-peil van het gebouw op. Door maximumeisen te stellen aan het E-peil wordt het energieverbruik van het gebouw beperkt. Het Energieprestatiebesluit legt 3 soorten eisen op: 1. strengere thermische isolatie-eisen (maximaal K45 en maximale U-waarden), 2. energieprestatie-eis (maximaal E100), en 3. binnenklimaateisen onder de vorm van minimale ventilatievoorzieningen en het beperken van het risico op oververhitting ’s zomers in woongebouwen, dit om in de gebouwen steeds een goede binnenluchtkwaliteit te waarborgen.
-
- EPB-verslaggever
- De EPB-regelgeving (zie hierboven) komt ter sprake op enkele beslissende momenten in het bouwproces.
De ontwerpfase. De architect houdt in deze fase rekening met de opgelegde eisen inzake isolatie, energieprestatie en ventilatie. Er wordt besproken welke combinatie van maatregelen en materialen het best gebruikt worden.
De startfase. Bij het indienen van een stedenbouwkundige vergunning moet aangeduid worden of de EPB-regelgeving van toepassing zal zijn of niet. Dat gebeurt in een extra veld in het aanvraagformulier voor een stedenbouwkundige vergunning. Het formulier bevat een verklaring van de architect dat het bouwproject volledig werd doorgerekend om de naleving van de EPB-eisen na te gaan en dat de bouwheer werd geïnformeerd. De bouwheer – de houder van de stedenbouwkundige vergunning – wordt de aangifteplichtige voor de EPB-regelgeving. Ten laatste één week voor de aanvang van de bouwwerken duidt deze een EPB-verslaggever aan die een (electronische) ‘startverklaring’ indient bij de energieprestatiedatabank van het Vlaams Energie Agentschap (VEA). De startverklaring bevat de resultaten die op het vlak van de EPB-eisen worden nagestreefd. De startverklaring brengt het VEA op de hoogte van de startdatum van het werk, zodat het werfcontroles kan plannen.
De uitvoeringsfase. Tijdens de uitvoering van de werken houdt de verslaggever nauwkeurig alle zaken bij die de thermische isolatie, de energieprestatie en het binnenklimaat van de woning beïnvloeden.
Na de uitvoering van de werken. Uiterlijk zes maanden na de ingebruikname van de woning moet de aangifteplichtige aantonen dat de woning voldoet aan de energieprestatieregelgeving. De verslaggever toetst hiertoe aan de hand van berekeningen (op basis van een softwarepakket van de overheid) de conformiteit van het bouwwerk met de EPB-eisen. Het resultaat wordt in een conformiteitsattest - de zogenaamde ‘EPB-aangifte’ - electronisch overgemaakt aan het VEA, als bewijs dat de woning voldoet aan de energieprestatieregelgeving. Samen met de EPB-aangifte levert de verslaggever ook het verplichte ‘energieprestatiecertificaat’ af. Het energieprestatiecertificaat bevat informatie over de de energieprestatie van het gebouw. Dat certificaat wordt door de verslaggever uit de EPB-software gegenereerd. Het energieprestatiecertificaat geeft weer of het gebouw voldoet aan de EPB-eisen en maakt het mogelijk de energieprestatie (het E-peil) te vergelijken met het maximale E-peil (E 100).
Tot slot controleert het Vlaams Energie Agentschap steekproefsgewijze ter plaatse of hetgeen de EPB-verslaggever verklaart in overeenstemming is met de werkelijkheid.
-
- E-peil
- Het E-peil is een maat voor het energieverbruik van een woning. Het is de verhouding tussen een berekend karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik van de woning enerzijds, en een referentiewaarde voor dat jaarlijks primair energieverbruik anderzijds, vermenigvuldigd met 100. Bepalende factoren hiervoor zijn onder andere het isolatiepeil (K-peil), aard en aantal van de ventilatievoorzieningen, luchtdichtheid van de gebouwschil, rendement van de verwarmingsinstallatie, enz. Conform de huidige energieprestatieregelgeving (EPB-eisen) moet het E-peil van een woning kleiner zijn dan of gelijk zijn aan E-100.
-
- Erfdienstbaarheid
- Een erfdienstbaarheid is een last waarmee een erf (een gebouw, een perceel grond,…) is belast voor gebruik en ten nutte van een erf dat aan iemand anders toebehoort. Een voorbeeld van erfdienstbaarheid is het recht van overpad.
- G
-
- Grondsondering
- Een onderzoek naar de grondmechanische eigenschappen, en dus naar het draagvermogen en de vervormingen van de funderingsgrond onder de funderingslasten, met het oog op de correcte bepaling van het funderingssysteem.
-
- Grondverzet
- Grondverzet is het uitgraven en verplaatsen van bodem. Vanaf 1 januari 2004 zijn hierop strengere regels toepasselijk (hoofdstuk 10 van het VLAREBO). Bedoeling is hiermee de verplaatsing van bodemverontreiniging bij uitgravingen te vermijden. Deze bepalingen houden onder andere in dat indien het volume aan uitgegraven bodem de 250 m³ overschrijdt of indien de uitgegraven bodem afkomstig is van een zogenaamd verdachte grond er eerst moet worden overgegaan tot een onderzoek van de uit te graven bodem (een technisch verslag) dat wordt voorgelegd aan een daartoe erkende organisatie. Deze organisatie levert op basis van de gegevens uit het technisch verslag een bodembeheerrapport af. In het bodembeheerrapport wordt de conformiteit van de uitgegraven bodem met de voorwaarden voor het beoogde gebruik geattesteerd. Door een ketenbeheersysteem zal de ontvanger van de uitgegraven bodem dan de garantie hebben dat de uitgegraven bodem zijn perceel niet vervuilt. Iedereen, zowel de particulieren als de bedrijven die overgaan tot grondverzet, dienen deze bepalingen te respecteren.
- H
-
- Hypotheek
- Zakelijk recht op een onroerend goed van een schuldenaar tot zekerheid van de nakoming van diens verbintenissen (meestal de terugbetaling van een geldschuld) tegenover een schuldeiser, die aan deze laatste een voorrang geeft boven andere schuldeisers. Dit recht wordt ingeschreven op het hypotheekkantoor.
- K
-
- Kadastraal inkomen
- Forfaitair inkomen dat door de administratie van het kadaster voor ieder onroerend goed wordt vastgesteld. Het KI dient hoofdzakelijk als basis voor de berekening van de onroerende voorheffing.
-
- Kaleien
- Kaleien is een eeuwenoude schildertechniek waarbij met een blokborstel een mortel bestaande uit een hydraulische, natuurlijke kalk, die kleine zandkorrels bevat, op de muur wordt aangebracht. Het gebruik van kalk – en niet van cement of een synthetisch materiaal als bindmiddel – biedt een aantal belangrijke technische voordelen. Op deze eerste laag wordt een afwerklaag aangebracht met ofwel een gekleurde, fijnere kalkmortel, ofwel met een speciaal aangepast verfsysteem, al dan niet decoratief. Dank zij de uitstekende dampdoorlaatbaarheid van de gebruikte materialen blijft het ’ademend’ vermogen van de buitenmuur maximaal. Dit is cruciaal voor de uiterst lange levensduur van het systeem. Het fijn gekorrelde kaleisel, eventueel gekleurd, behoudt de structuur van het metselwerk en geeft een authentiek, decoratief effect. Het kaleien met hydraulische kalkmortels wordt dan ook vaak toegepast in o.a. de betere restauratiewerken van waardevolle monumenten zoals landerijen, oude herenhuizen, enz. Hierbij gaat men uit van een duurzaamheid van minimum 30 jaar. Recentelijk worden ook veel exclusieve villa’s (meestal in historische stijl) gekaleid. Indien op een gezonde en draagkrachtige ondergrond kan gewerkt worden, heeft het kalei-systeem een bijzonder hoge levensduur.
-
- K-peil
- Het K-peil is het totale isolatie-peil of het niveau van thermische isolatie van een gebouw. Het K-peil houdt rekening met het warmteverlies door de buitenmuren, daken, vloeren, vensters, ... en met de compactheid van het gebouw. Hoe lager het K-peil, hoe beter het gebouw geïsoleerd is en hoe minder warmteverliezen er zijn. Conform de huidige energieprestatieregelgeving (EPB-eisen) moet het K-peil van een woning kleiner zijn dan of gelijk zijn aan K 45.
- M
-
- Maaiveld
- De bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft.
-
- Meeneembaarheid
- Bij de verkoop van zijn hoofdverblijfplaats kan men in het Vlaamse Gewest de registratierechten die men heeft betaald voor de aankoop van deze woning (ten belope van maximum 12.500 euro) in mindering brengen bij de aankoop van de nieuwe hoofdverblijfplaats, eveneens in het Vlaamse Gewest: men kan ze ’meenemen’.
-
- Minuut
- De minuut (of minuutakte) is het origineel van de notariële akte. De notaris is verplicht de minuut te bewaren van alle akten die hij verlijdt.
- N
-
- NAVB
- Het Nationaal Actiecomité voor Veiligheid en hygiëne in het Bouwbedrijf (NAVB) werd in 1965 opgericht door de sociale partners binnen het Paritair Comité van het Bouwbedrijf. 12 jaar lang werd het beheerd als afdeling van het Fonds voor Bestaanszekerheid van de Werklieden uit het Bouwbedrijf (FBZ). Op 20 maart 1977 werd het autonoom en ging het functioneren als paritair orgaan in dienst van de werkgevers en de werknemers van de bouw. De hoofdopdrachtvan het NAVB bestaat erin het welzijn van de werknemers op de werkplek tebevorderen. Zijn beleid rust op de drie volgende pijlers:
- Advies geven aan de ondernemingen en aan de werknemers in de bouw
- Onderzoek en ontwikkeling
- Opleidingen
- O
-
- Onroerende voorheffing
- Jaarlijkse belasting op onroerende goederen, die berekend wordt als een percentage op het (geïndexeerd) kadastraal inkomen van onroerende goederen die in België gelegen zijn. De onroerende voorheffing wordt in de volksmond soms ook de ’grondbelasting’ genoemd. De onroerende voorheffing is deels bestemd voor het Vlaamse Gewest en deels voor de gemeenten en de provincies. Het deel voor de provincies en de gemeenten noemt men ook de ’opcentiemen’. Iedere gemeente en iedere provincie kan zelf de grootte van de opcentiemen bepalen. Er zijn dan ook ’duurdere’ en ’goedkopere’ gemeenten. Voor nieuw gebouwde onroerende goederen is de onroerende voorheffing voor de eerste keer verschuldigd voor het jaar dat volgt op het jaar van de ingebruikname van het onroerend goed.
-
- OVAM
- De OVAM of Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest is verantwoordelijk voor het afvalstoffen- en het bodemsaneringsbeleid in Vlaanderen (België). Ze werd op gericht naar aanleiding van het Afvalstoffendecreet van 1981. Volgens dit decreet staat de OVAM in voor de voorbereiding en de uitvoering van het afvalstoffenbeleid. Sinds 1995 heeft Vlaanderen een regelgeving voor bodemsanering, het Bodemsaneringsdecreet. Dit decreet geeft de OVAM de opdracht om nieuwe en historische bodemverontreiniging aan te pakken.
De OVAM heeft vier operationele afdelingen en een afdeling algemene diensten. De operationele afdelingen zijn:
- de afdeling bodembeheer;
- de afdeling afvalstoffenbeheer,
- de afdeling projectontwikkeling afvalstoffen;
- de afdeling interventies, verwijderingen en saneringen.
Meer informatie met betrekking tot de OVAM zie www.ovam.be.OVAM.
- P
-
- Postinterventiedossier
- Het postinterventiedossier (PID) is een document dat nuttige technische elementen over een bouwwerk bevat waarmee bij eventuele latere werkzaamheden moet worden rekening gehouden en dat aangepast is aan de kenmerken van het bouwwerk. Dit dossier wordt opgesteld en aangevuld door de veiligheidscoördinatoren tijdens het ontwerp van het project en de uitvoering van het bouwwerk. Indien het gaat om bouwplaatsen van gelijk of groter dan 500 m², zonder verhoogd risico of met een werkvolume van minder dan 500 mandagen, en indien het gaat om een bouwplaats van minder dan 500 m² volstaat een vereenvoudigde versie van het postinterventiedossier. Aan het eind van de werken bezorgt de architect of de aannemer die de coördinatoren heeft aangesteld de bouwheer het dossier in ruil voor een ontvangstbewijs. Het PID dient voorgelegd aan de aannemer die eventueel later werken zal uitvoeren aan het gebouw. Als het gebouw later wordt verkocht, dient het PID aan de nieuwe eigenaar te worden bezorgd.
- R
-
- Recht van voorkoop
- In Vlaanderen geldt op bepaalde onroerende goederen bestemd voor woningbouw een recht van voorkoop. Dat betekent dat wanneer de eigenaars ervan deze goederen wensen te verkopen, zij verplicht zijn ze eveneens aan te bieden aan de begunstigden van het recht van voorkoop en dat tegen dezelfde prijs en voorwaarden als definitief overeengekomen met de kandidaat-koper. Het recht van voorkoop heeft tot doel die begunstigden in staat te stellen de betrokken onroerende goederen te verwerven om ze aan te wenden om sociale huur- of koopwoningen of sociale kavels te realiseren. Het recht van voorkoop werd geregeld in het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode (Artikelen 85 tot en met 89), gewijzigd door het decreet van 18 mei 1999, inzonderheid de artikelen 85, 86, 87 en 88. Wie zijn deze begunstigden? De Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, de sociale-huisvestingsmaatschappijen binnen hun werkgebied, de gemeenten op hun grondgebied en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
-
- Registratierechten
- Het registratierecht is een belasting die door de Staat ten bate van de Staat of de Gewesten geheven wordt. Het wordt door de ontvanger van de registratie geïnd ter gelegenheid van de registratie van akten of geschriften in een register. Door het registreren krijgt een onderhandse akte (een akte opgemaakt zonder tussenkomst van een notaris) een vaste datum die tegenstelbaar is aan derden. De registratie vindt plaats op een registratiekantoor, een dienst van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen. Zo moet ook de aankoop van een huis verplicht worden geregistreerd.
-
- Registratietermijn
- De registratietermijn is de termijn binnen dewelke een onderhandse verkoopakte van een in België gelegen onroerende goederen ter registratie moet worden aangeboden. Deze termijn bedraagt 4 maanden te rekenen vanaf de ondertekening van de overeenkomst. Eens deze termijn verstreken, zijn er boeten verschuldigd. Als de akte werd opgemaakt door een notaris, beschikt deze over 15 dagen om ze te laten registreren. Wanneer de laatste dag van de termijn valt op een sluitingsdag van de kantoren (zaterdag, zondag of wettelijke feestdag), wordt de termijn verlengd tot de eerste werkdag die volgt op het verstrijken van de termijn.
-
- Rooilijn
- Grens tussen de openbare weg en de aanliggende eigendommen die door de overheid wordt vastgelegd overeenkomstig de noodwendigheden van het openbaar belang.
- S
-
- Startverklaring
- De energieprestatieregelgeving (zie elders) bepaalt dat uiterlijk acht dagen voor de start van de bouwwerkzaamheden een EPB-verslaggever moet aangesteld worden, die in naam van de aangifteplichtige electronisch een startverklaring indient bij het Vlaams Energieagentschap. In de startverklaring staan onder andere de gegevens over de aangestelde verslaggever, de startdatum van de werkzaamheden … De startverklaring moet uiterlijk acht dagen voor de start van de werkzaamheden doorgestuurd zijn. De startverklaring wordt door de aangestelde verslaggever ingediend via een webapplicatie op www.energieprestatiedatabank.be van het Vlaams Energieagentschap. De aangestelde verslaggever vult in het webformulier de startdatum en een aantal gegevens over de energieprestatie en het binnenklimaat van de vergunde werkzaamheden in.
Nadat de gegevens electronisch werden doorgestuurd, ontvangt de verslaggever een elektronisch bestand (= pdf-bestand) om af te drukken als papieren versie van de startverklaring. De afgedrukte versie is de weergave van het ingevulde webformulier en is de officiële startverklaring.
-
- Stedenbouwkundige vergunning
- De nieuwe term voor ’bouwvergunning’. De werken en handelingen die onderworpen zijn aan een stedenbouwkundige vergunning worden bepaald in het decreet van 18 mei 1999, art. 99, i.v.m. de organisatie van de ruimtelijke ordening. Het betreft, grof geschetst het bouwen, verbouwen, herbouwen, afbreken van constructies, onderhouds- en instandhoudingswerken die de stabiliteit van de constructie aangaan, het reliëf aanmerkelijk wijzigen, ontbossen of vellen van bomen, het aantal woongelegenheden wijzigen, het hoofdgebruik van een gebouw wijzigen, een grond gewoonlijk gebruiken voor het opslaan van afgedankt materiaal, het stallen van voertuigen, het plaatsen van caravans, tenten, reclamewagens, publiciteitsinrichtingen plaatsen en sportterreinen aanleggen. Een aantal werken die onder voorgaande categorieën vallen, werden dan weer bij besluit van de Vlaamse Regering vrijgesteld van vergunning.
- U
-
- U-waarde
- De U-waarde (of vroegere k-waarde) wordt uitgedrukt in W/m2K. De U-waarde van een constructiedeel van een gebouw geeft aan hoeveel warmte er per tijdseenheid en per vierkante meter verloren gaat als er tussen “binnen” en “buiten” een temperatuurverschil is van 1° C. De U-waarde heet voluit de warmtedoorgangscoëfficiënt. De waarde wordt bepaald door de verschillende materiaallagen waaruit het constructiedeel bestaat en meer bepaald door het type en de dikte van het materiaal. Hoe lager de U-waarde van een constructiedeel, hoe minder warmte er door het deel naar de buitenomgeving verloren gaat, of hoe meer het constructiedeel de warmte binnenhoudt. Conform de huidige energieprestatieregelgeving (EPB-eisen) moeten de U-waarden van elk constructiedeel (dak, muur, vloer of venster) kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de opgelegde maxima.
- V
-
- Veiligheidscoördinator
- Het KB van 25 januari 2001 betreffende de Tijdelijke of Mobiele Bouwplaatsen - dat de verplichtingen in verband met de veiligheid en gezondheid op de bouwplaatsen bepaalt - verplicht een veiligheidscoördinator voor alle bouwwerken (ook herstellingen en verbouwingen) waar ten minste twee aannemers werken. Er zijn twee functies coördinator voorzien: een coördinator-ontwerp en een coördinator-verwezenlijking, die evenwel door dezelfde persoon uitgeoefend kunnen worden. De coördinator ziet erop toe dat de verschillende aannemers zich aan de veiligheidsmaatregelen houden, stelt een veiligheids- en gezondheidsplan en een postinterventiedossier op. Het KB van 19 januari 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 versoepelt de wetgeving over de veiligheidscoördinator voor bouwwerven kleiner dan 500 m²: het zal in de toekomst gemakkelijker zijn voor aannemers en architecten om de functie van coördinator uit te oefenen. Daarnaast verbetert het de regelgeving in de praktijk.
-
- Veiligheids- en gezondheidsplan
- Eén van de coördinatie-instrumenten die het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen aanreikt: het veiligheids- en gezondheidsplan is het document of het geheel van documenten dat de risicoanalyse en de vast te stellen preventiemaatregelen bevat ter voorkoming van de risico’s waaraan de werknemers kunnen blootgesteld worden.
-
- Vruchtgebruik
- Het recht om een goed waarvan men geen eigenaar is te gebruiken en de vruchten daarvan te innen alsof men zelf de eigenaar was, met de verplichting ervoor te zorgen zodat het goed zelf in stand blijft.
- W
-
- Welzijnswet
- Kaderwet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn (veiligheid, bescherming, ergonomie, ...) van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Deze wet is o.a. de basis voor de omzetting van de Europese richtlijn met betrekking tot de bescherming van de werknemers. Een reeks van uitvoeringsbesluiten maakt de praktische uitvoering van de bepalingen in de wet mogelijk. De Koninklijke Besluiten zijn gegroepeerd in de Codex voor het welzijn op het werk.



